Angststoornissen

Angst is een gevoel dat iedereen kent als er sprake is van (dreigend) gevaar. Dit gevoel zorgt ervoor dat ons lichaam zich klaarmaakt om weerstand te bieden aan deze situatie (vechten), ons helpt om eruit te ontsnappen (vluchten) of door af te wachten (bevriezen). Dit is een gezonde reactie van ons lichaam en de angst is dan ook functioneel. Soms komt de angst of paniek echter op als er geen sprake is van een reële dreiging. Het gevolg hiervan kan zijn dat iemand erdoor in zijn bewegingsvrijheid wordt belemmerd, doordat hij bijvoorbeeld niet meer in drukke of sociale gelegenheden durft te komen. Er kan dan sprake zijn van een angst- of paniekstoornis of van een fobie.

Er worden verschillende angststoornissen onderscheiden, waaronder:

  • Sociale fobie
  • Agorafobie
  • Paniekstoornis
  • Generaliseerde angststoornis
  • Acute stressstoornis
  • Posttraumatische stressstoornis
  • Obsessieve-compulsieve stoornis
  • Specifieke fobie

Behandeling
Na de intakefase wordt de cliënt ingedeeld in zorgpad angststoornissen. Uit onderzoek blijkt dat cognitieve gedragstherapie een effectieve behandelvorm is. In de behandeling wordt aandacht besteed aan de achterliggende gedachten die de angst in stand houden. Ook wordt gekeken hoe stap voor stap de angsten aangepakt kunnen worden (ook wel exposure genoemd). Bij de behandeling van angststoornissen wordt regelmatig medicatie ingezet.

Bij angsten die zijn ontstaan na een negatieve ervaring kan voorts de therapievorm EMDR ingezet worden. Bij EMDR wordt er op zoek gegaan naar nare beelden die nog in je herinnering liggen opgeslagen en die angstgevoelens oproepen. Vervolgens helpt EMDR om deze lading van de herinneringen af te halen. Voor meer informatie zie de website van de vereniging voor EMDR.

ROM- en Effectmeting
De effecten van de behandeling zullen we meten door middel van vragenlijsten. De effectmetingen ondersteunen uw behandelaar bij het opstellen van het behandelplan en het volgen van tussentijdse resultaten. Het doel van de effectmetingen is om gedurende de behandeling informatie te verzamelen om daarmee de behandeling en het behandelbeleid te volgen en eventueel aan te passen. We meten op drie momenten: voor de start van de behandeling, tussentijds en bij ontslag.